De afgelopen weken vingen we de eerste warme zonnestralen op.
Voorzichtig, nog koud in de schaduw, maar toch: een belofte van lente.
De wintermaanden doen iets met mensen. De dagen zijn kort en donker, we zitten binnen op elkaars lip. Allemaal wat laag in de energie en een griepje ligt op de loer. Het lijf voelt niet fijn.
Bij veel mensen met een verstandelijke beperking zien we dan een terugkerend patroon: wanneer de energie laag is en het lijf niet lekker meewerkt, dan neemt de regeldrang toe.
Er wordt meer gecheckt.
Bevestiging gevraagd.
Herhaald.
Gecontroleerd.
Binnen Gentle Teaching kijken we altijd naar de vraag achter het gedrag.
Regeldrang ontstaat vaak wanneer iemand:
- zich onzeker voelt
- de regie mist
- spanning ervaart
- het overzicht kwijt is
- lichamelijk of emotioneel niet lekker in zijn vel zit
Wanneer de binnenwereld onrustig is, probeert iemand de buitenwereld te ordenen.
Controle is dan een poging tot veiligheid.
Vragen blijven stellen is een poging tot verbinding.
Checken is een poging om grip te houden.
Hier worden wij als begeleiders aangesproken in ons vak. Als we de regeldrang gaan bestrijden, vergroten we de onveiligheid. Maar als wij meegaan in de controle, versterken we het patroon.
Wat we moeten doen is de regie over-nemen, niet afpakken.
Wanneer wij regeldrang zien, stellen we onszelf dan de vraag: wie draagt hier op dit moment de regie, en is dat de juiste persoon?
En durven wij dan liefdevol én duidelijk te zeggen: “Dit regel ik voor je, het komt goed.”?
Veiligheid is namelijk ook ervaren: ik hoef het niet zelf te doen, ik mag leunen, iemand anders bewaakt het geheel. Wanneer wij als begeleiders zichtbaar rust dragen, zien we wat er gebeurt:
Schouders zakken.
Blikken worden zachter.
De behoefte om te controleren neemt af.
De lente mag beginnen!
Marjolein van Boxtel