Gentle Teaching

 

kwal-van-leven

 

 

Wat te doen als ...

Geweldloos omgaan met agressie

Regelmatig wordt de vraag gesteld hoe je Gentle Teaching toepast als er een escalatie is of als een persoon agressief wordt of ernstig grensoverschrijdend gedrag vertoont. De essentie van Gentle Teaching is dat al ons handelen erop gericht is een dusdanige relatie met de persoon te ontwikkelen, dat hij zich ook bij oplopende spanning door ons op een warme manier laat begeleiden, en dat we daarmee kunnen voorkomen dat er iets schadelijks gebeurt. Ook proberen we door gericht te werken aan het verbeteren van de levenskwaliteit het aantal momenten van frustratie te verminderen. Maar ondanks dat, kan het voorkomen - zeker in het begin - dat er toch soms een escalatie ontstaat of dat iemand gedrag vertoont dat schadelijk voor hemzelf of anderen is.

 

Vormen van agressie

Er zijn vier hoofdvormen van agressie: zelfverwonding, verbale agressie, fysieke agressie en vernielen van materialen. Bij de meeste ’agressietrainingen’ ligt het accent vooral op hoe om te gaan met fysieke agressie. Dat betekent dat hierbij vooral gekeken wordt naar het willen voorkomen van schadelijke gevolgen voor de begeleider en client. Daar is op zich niets mis mee, maar we vergeten dan wel dat iedere vorm van agressie een teken is dat het met de cliënt op dat moment niet goed gaat. Op dat moment heeft hij je steun nodig en staat hij daar waarschijnlijk nauwelijks of in het geheel niet meer voor open.

Bij een training Geweldloos omgaan met agressie in het kader van Gentle Teaching richten we ons op al deze vormen, waarbij de insteek is:

-        Hoe kunnen we de ander helpen zich zo snel mogelijk weer ontspannen te voelen.

-        Hoe kunnen we op een geweldloze manier proberen te voorkomen dat de cliënt zelf, omstanders of wijzelf schade oplopen door het gedrag van de cliënt.

 

De betekenis van agressie

Als de escalatie gepaard gaat met verbaal of fysiek geweld, noemen we het al snel agressie. Strikt genomen is deze term niet van toepassing. Onder agressie wordt doorgaans verstaan dat er sprake is van gewelddadig gedrag dat tot doel heeft iets af te dwingen of een ander schade toe te brengen. Hier is bij mensen met bijzondere kwetsbaarheden echter zelden sprake van. Agressie is een uiting van stress en frustratie en het onvermogen dit op een andere manier te uiten of los te laten. Soms lijkt agressie heel gericht en doordacht, maar dat is dan eerder een gevolg van geconditioneerde levenservaringen, dan van echt doordacht handelen. De kernvraag is ook niet of de cliënt weet wat hij doet, maar of hij voldoende zelfcontrole heeft om het niet te doen; oftewel of hij emotioneel voldoende volgroeid en sterkt is, en of er misschien sprake is van dieper liggende kwetsbaarheden die de onbedwingbare impuls geven.

 

Er wordt vaak gezegd dat agressie een doel heeft, bijvoorbeeld om iets duidelijk te maken of om iets voor elkaar te krijgen. Dat wordt dan ook wel functionele agressie genoemd. Dit is echter een verkeerde veronderstelling. Iemand is niet agressief omdat hij ons daarmee duidelijk wil maken dat hij gefrustreerd is; hij is agressief omdat hij gefrustreerd is. Hij is ook niet agressief om daarmee een derde kopje koffie af te dwingen, maar hij is agressief omdat hij gefrustreerd is omdat hij dat derde kopje koffie niet krijgt.

 

Het is belangrijk dat we eventuele agressie vanuit het juiste perspectief zien, omdat dat in grote mate bepaalt hoe we geneigd zijn erop te reageren. Als we het zien als een functioneel, intentioneel gedrag, zijn we snel geneigd het gedrag niet acceptabel te vinden en er op een beheersmatige wijze op te reageren. Als we het zien als een uiting van innerlijke frustratie en onmacht, zijn we eerder geneigd de cliënt te ondersteunen door de bron van de frustratie weg te nemen, hem gerust te stellen of te helpen met wat hij op dat moment moeilijk vindt.

 

Oorzaken van agressie

Agressie kan grofweg twee soorten oorzaken hebben. De eerste heeft te maken met innerlijke emotionele en mentale processen bij de cliënt; bijvoorbeeld als de cliënt een psychose doormaakt, last heeft van dementie, traumatische herinneringen heeft of geboren is met een aandoening die kan leiden tot ernstige emotionele ontreddering.

 

De tweede groep oorzaken heeft te maken met prikkels die tot frustratie leiden. Meestal zijn dit prikkels die vanuit de omgeving komen, bijvoorbeeld de regels waar iemand zich aan moet houden. Maar het kan ook uit het eigen lijf komen, bijvoorbeeld pijn hebben, ziek zijn of de frustratie van een lichamelijke beperking.

Het gebruik van alcohol of drugs kan in beide gevallen een versterkende werking hebben, omdat deze middelen de zelfcontrole doen verminderen.

 

Beide soorten oorzaak kunnen elkaar natuurlijk wel beïnvloeden. Als je al een zware emotionele of mentale last te dragen hebt, ben je gemakkelijker en sneller gefrustreerd door een prikkel die van buitenaf kan komen.

Als de oorzaak van een escalatie ligt bij de innerlijke emotionele en mentale processen, zal je het vooral moeten hebben van de relatie met de cliënt en wat je daarin kunt bieden om af te leiden en te ontspannen. Als de escalatie (mede) veroorzaakt wordt door prikkels die frustrerend werken, kun je ook proberen die prikkels weg te nemen waardoor de spanning zal verminderen.

 

Meebewegen en ombuigen

Om iemand uit een oplopende spanning te halen zonder te overheersen is het belangrijk om eerst in de wereld van de ander binnen te komen door een stukje mee te bewegen tot er wederkerig contact is, en vervolgens te proberen de ander in jouw energie mee te laten bewegen. Als je de persoon al met Gentle Teaching begeleidt, ben je hier als het goed is al mee bezig geweest door gebruik te maken van techniek oprekken (ook wel stretchen genoemd). Hierbij heb je de cliënt geleerd op een steeds hogen spanningsniveau nog in contact te kunnen blijven en zich in het contact te ontspannen.

 

Hierbij begin je contact te maken met de ander als hij ontspannen is (situatie A) en in het contact bouw je bewust enige spanning in. Als de spanning te hoog wordt en bij punt C komt, heb je het bekende breekpunt bereikt en is de cliënt niet meer verbonden met je en kan hij doorschieten in de escalatie (punt D). Daarom zal je dat punt bereikt wordt – bij punt B - het contact intensiveren en de cliënt meenemen naar een lager energieniveau. Geleidelijk aan kan je in dit proces proberen steeds dichter bij punt C te komen voor je weer samen tot rust komt.

Dit voorwerk is belangrijk om de cliënt, op het moment dat de spanning dreigt te escaleren, nog te kunnen bereiken en te helpen ontspannen. Je maakt dan eerst contact door op met een geruststellende houding en stem begrip te tonen voor de cliënt en voor wat hij voelt. Je beweegt als het ware met hem mee. Als je echt contact hebt, kun je proberen de cliënt in jouw zorgzame energie mee te nemen en hem te laten ontspannen.

 

Het is belangrijk dat dit niet alleen een verbale interactie is, maar dat je het combineert met warm oogcontact en ondersteunend lichamelijk contact. Dat laatste kan bijvoorbeeld door de cliënt op een natuurlijke manier een hand te geven terwijl je tegen hem praat. Dit heeft drie functies: je hebt meer ‘contactpunten’ dan alleen verbaal en met oogcontact, je kan direct voelen of er sterke spanning in het lijf van de cliënt is, en vooral, zolang de cliënt je een hand geeft, zal hij deze niet gebruiken om je te slaan.

Hier zie je ook hoe belangrijk het is om de cliënt al in de gewone contacten die je hem hebt te laten wennen aan deze gecombineerde manier van het gebruik van aanwezigheid, handen, ogen en stem.

 

Bewust zijn van je eigen emoties

Als de spanning bij de cliënt dreigt te escaleren, zal dat ook bij jou leiden tot het versterken van je gevoelens. Als je al gewend bent om je primair te richten op de gevoelens van de cliënt, zal je ervaren dat zijn onmacht en ellende toeneemt, en zal dat bij jou het gevoel van zorgzaamheid of compassie voor de cliënt versterken. Dat zal een de-escalerend effect hebben.

Als je hier nog niet sterk in bent, is de kans groot dat een toenemende onrust bij de cliënt bij jou gevoelens van boosheid, onmacht of angst op zal roepen. Er kan dan op het niveau van energie-uitwisseling tussen jou en de cliënt een elkaar versterkende wisselwerking ontstaan. Van de cliënt kan niet verwacht worden dat hij dat kan; dat zal volledig van jouw vaardigheden afhankelijk zijn.

 

Boosheid is relatief nog het gemakkelijkst om mee te werken. Boosheid komt meestal doordat we een negatief oordeel hebben over het effect van het gedrag, en dat we dat zwaarder laten wegen dan het probleem dat de cliënt ervaart en dat de oorzaak is van de escalatie. Dit wordt nog versterkt als we de cliënt overschatten en denken dat hij het bewust doet om zijn zin te krijgen of om anderen te schaden. We hebben dan geen oog meer voor de soms beperkte emotionele draagkracht of de onderliggende bijzondere kwetsbaarheden op basis waarvan de cliënt onvoldoende mogelijkheden heeft tot zelfcontrole. Als het je lukt om in het moment van escalatie je weer te richten op de gevoelens en de onmacht van de cliënt, zal je energie van boosheid kunnen transformeren in zorgzame en warme energie.

 

Onmacht is lastiger om mee om te gaan dan boosheid, omdat je als begeleider graag wilt dat alles goed gaat: dat het met de cliënt goed gaat, dat het met de groepsgenoten goed gaat, en dat het werken voor jezelf prettig is. En als het je niet lukt om dat voor elkaar te krijgen ervaar je de onmacht. Om uit deze valkuil te blijven, moet je leren aanvaarden dat er nu eenmaal dingen zijn die je niet altijd kunt beïnvloeden of kunt voorkomen. Je kunt alleen maar je best doen, meer niet. Als het je niet lukt om je gevoelens van onmacht los te laten, kunnen deze omslaan in boosheid in de richting van de cliënt, of onzekerheid of angst in de richting van jezelf. De cliënt zal dit ongetwijfeld aanvoelen en het zal ook zijn eigen gevoel van onmacht versterken.

Aanvaarden dat je niet alles kunt beïnvloeden, betekent niet dat je een nonchalante houding aanneemt. Je neemt de verantwoordelijkheid voor wat je nog wel kunt doen. Bijvoorbeeld door je weer te richten op de gevoelens en onmacht van de cliënt en door van daaruit te kijken wat je nog kunt doen om hem te helpen en gerust te stellen.

 

Angst wordt eigenlijk altijd gevoed door onmacht, het gevoel dat je de situatie niet meer de baas zult zijn en dat je daardoor beschadigd kunt worden. Angst is een belangrijke emotie, en het geeft je een signaal dat je alert moet zijn. Wees je bewust van je angst, maar laat je niet door je angst meenemen. Blijf de baas over je gevoelens en je handelen.

Angst wordt veroorzaakt doordat je aandacht gericht is op het handelen van de cliënt en je in gedachten al vooruitloopt op wat kan gaan gebeuren. Hierdoor kan je, net als bij boosheid, in een energieoverdracht komen tussen jou en de cliënt die juist verder escalerend werkt. Ook bij angst is het daarom belangrijk je aandacht vooral te richten op de gevoelens van de cliënt, en nog slechts voor een klein deel op het mogelijke handelen. Dat laatste is wel nodig omdat je uiteraard wel alert moet blijven dat de cliënt je niet slaat of iets dergelijks.

Je richten op de gevoelens van de cliënt heeft nog een tweede belangrijke functie. Er zit altijd een zekere tijd tussen het oplopen van de stress en de uiting daarvan in eventueel agressief gedrag. Als je alleen kijkt naar het gedrag, zal je die tijd missen die misschien net nodig kan zijn om de-escalerend te kunnen handelen of om jezelf op een goede manier te kunnen beschermen.

 

Oefeningen

Het vraagt wel de nodige oefening en ervaring om ook bij hoge spanning contact te blijven houden met de gevoelens en onmacht van de cliënt en zelf zorgzame gevoelens voor de cliënt te blijven voelen. Er is een aantal goede oefeningen die je hiervoor kunt doen en die in de training aan bod komen.

  1. Rust vinden in je eigen lijf
  2. Gewaar worden van je emoties:
  3. Ontwikkelen van liefdevolle gevoelens
  4. Loslaten van boosheid
  5. Loslaten van onmacht
  6. Transformeren van boosheid in zorgzaamheid
  7. De baas worden van je angst

 

Frustraties vermijden

De beste manier om agressie te voorkomen is door als dat mogelijk is frustraties te vermijden. Dat betekent dat we de ge- en verboden die frustraties kunnen veroorzaken tot een minimum willen beperken. Soms kan het ook betekenen dat we de strijd niet aangaan als iemand iets wil wat op zich wel mogelijk is, maar niet gebruikelijk. Als iemand gefrustreerd raakt omdat hij geen derde kopje koffie krijgt, kunnen we daarom besluiten hem dat derde kopje gewoon te geven.

 

Leren we hem dan dat hij zijn zin krijgt door boos te doen, en zal hij dan vaker boos worden om iets af te dwingen? Nee, deze redenering is een omkering van de werkelijkheid: hij wordt boos omdat hij gefrustreerd is omdat hij geen derde kopje krijgt.

Onze keuze om de koffie te geven is niet om zomaar toe te geven omdat we bang zijn en omdat we niet willen dat hij agressief wordt. Het is een ethische keuze. Het gaat er niet om dat we niet willen dat hij agressief is; we willen niet dat we hem frustreren. Bovendien heeft deze keuze tot gevolg dat we een meer vreedzame sfeer behouden waarin we gericht aan de verdere verdieping van onze relatie kunnen werken. Daarmee kunnen we hem in de toekomst beter ondersteunen als er onverhoopt toch frustrerende momenten in zijn leven zijn omdat we een keer echt niet in de gelegenheid zijn hem te geven wat hij wil.

 

Absorberen van het geweld

Ondanks al onze pogingen om frustraties te voorkomen, of om bij een oplopende spanning te de-escaleren, kan het toch voorkomen dat de cliënt door het breekpunt (zie figuur) heen schiet en fysiek agressief wordt. We moeten dan op een geweldloze manier proberen de agressie te verminderen en op te laten lossen. In de theorie over geweldloosheid wordt dit het absorberen van geweld genoemd. Hiermee wordt bedoeld dat je het geweld bewust op je af laat komen, en accepteert dat dit misschien pijn kan doen, maar dat je door je houding en de manier van zelfbescherming het geweld laat oplossen (Wolfensberger, 2007).

 

Om te voorkomen dat jezelf echt schade ondervindt van de agressie, kan het dan wel belangrijk zijn dat je over technieken beschikt om dit te voorkomen. Deze technieken zijn gebaseerd op het principe van geweldloosheid. Dat wil zeggen dat we – zowel verbaal als fysiek – proberen niets te doen dat door de cliënt als gewelddadig ervaren kan worden, en dat we tegelijkertijd het geweld van de kant van de cliënt opvangen.  Als we de bewegingsvrijheid van iemand die boos is proberen te beperken, door hem vast te houden of hem streng toe te spreken, zal dat als gewelddadig ervaren kunnen worden. 

We gebruiken de fysieke technieken alleen als er echt een dreiging is dat iemand fysieke schade oploopt. Dat is bijvoorbeeld niet geval bij verbale agressie of het kapot maken van voorwerpen. Als iemand met voorwerpen wil gooien, halen we anderen uit het schootsveld weg, zodat er geen persoonlijke schade kan ontstaan. Bij grote voorwerpen, zoals meubelstukken, kunnen we proberen het voorwerp vast te houden (en niet de cliënt) en zoveel mogelijk mee te bewegen

Als de cliënt zijn agressie uit in de vorm van automutilatie, beschermen we hem door met onze hand de klap op te vangen en niet door hem vast te pakken en daarmee zijn bewegingsvrijheid af te nemen. We vangen letterlijk de klap op en absorberen daarmee de agressie.

 

Als iemand agressief is naar ons is, kunnen we twee dingen doen. We kunnen besluiten de agressie te negeren en door te gaan met warm verbaal– en oogcontact maken of door te gaan met de activiteit waar we mee bezig zijn. Of we kunnen technieken toepassen om onszelf te beschermen en gelijktijdig wel blijven proberen warm verbaal- en oogcontact te maken.

Het is een individuele keuze van de begeleider voor welke optie hij kiest. Als de ene begeleider ervoor kiest de agressie te negeren en daarmee de accepteren dat hij een klap krijgt, betekent dat niet dat anderen dat ook moeten doen. Het is erg belangrijk dat je goed weet waar je eigen grens ligt. Deze hoeft ook niet iedere dag op het zelfde niveau te liggen.

 

De keuze om agressie te negeren kan worden ingegeven door de inschatting die je maakt dat het misschien wel vervelend is, maar dat je er niet echt door beschadigd raakt, in combinatie met het gevoel dat je op deze manier de agressie beter en sneller kunt absorberen, waardoor de cliënt zich sneller weer zal ontspannen. Bovendien zal de cliënt hierdoor je onvoorwaardelijkheid sneller een intenser ervaren, waardoor het een gunstig effect zal hebben op de relatieontwikkeling.

Als je ervoor kiest om de agressie niet te negeren, kun je technieken voor geweldloze zelfbescherming gebruiken om te voorkomen dat je zelf schade oploopt. Deze technieken hebben ook als effect dat je de agressie absorbeert, maar er blijft altijd een risico dat je handelen onbedoeld door de cliënt toch als afwijzend of gewelddadig ervaren wordt.

 

Welke vorm je ook kiest – incasseren van de agressie of zelfbescherming – het is van belang dat je stevig en zelfbewust over blijft komen. Als je een onzekere of angstige indruk maakt, zal dat de onrust bij de cliënt alleen maar versterken.

Als er sprake is van agressie tussen cliënten onderling, blijf je uitgaan van bovenstaande principes. Eerst probeer je de aandacht van de cliënt die in overheersende positie is naar jou te trekken omdat jij beter in staat mag worden geacht op een goede manier met de agressie om te gaan. Als het vervolgens niet meer om een interactie gaat tussen de cliënten onderling, maar tussen jou en de cliënt, kun je op de manier die hierboven beschreven is proberen weer naar een rustige situatie toe te werken.

 

Ondersteuning

Op een geweldloze manier omgaan met agressie is erg intensief en soms kan het lang duren voor de rust is weergekeerd. Het is daarom belangrijk dat je je op dat moment gesteund voelt door de aanwezigheid van collega’s. Doorgaans betekent dat niet dat je met meerdere collega's tegelijk met de cliënt bezig bent, omdat cliënten vanuit ervaringen in het verleden de aanwezigheid van meerdere begeleiders op zo’n moment als erg bedreigend en gewelddadig ervaren. Hooguit als er sprake is van ernstige automutilatie kan het handig zijn samen met een collega de cliënt tegen zichzelf te beschermen.

Als het gaat om de interactie tussen jou en de cliënt, kan het wel goed zijn als een collega het van je overneemt als je zelf merkt dat het te moeilijk voor je gaat worden.

 

Afronding

Agressie heeft een impact op iedereen die erbij betrokken is; niet alleen op jou en de omstanders, maar ook op de cliënt zelf. Het is belangrijk dat je het voor ieder op een goede manier afrond, zodat je weer verder kunt.

Deze afronding begint met je eigen afronding. Kijk terug hoe je tijdens de escalatie met je eigen gevoelens bent omgegaan en probeer je bewust te worden van de gevoelens die je na afloop nog voelt. Als er nog gevoelens zijn van boosheid, angst of onmacht, onderzoek ze dan en kijk hoe je ze los kunt laten. Als je achteraf het gevoel hebt iets zelf niet goed te hebben gedaan en gefaald te hebben, accepteer dat dan als de realiteit van dat moment en kijk vooral naar wat je goed  hebt gedaan. Wees er trots op dat je het in elk geval geprobeerd hebt. Volgende keer beter …

 

Probeer ook bij de cliënt zo snel mogelijk de draad weer op te pakken door op een liefdevolle, zorgzame manier door te gaan met waar jullie mee bezig waren. Probeer te voorkomen dat de cliënt een schuldgevoel krijgt, want dat zal hem alleen maar

onzekerder maken. Ga vooral ook niet te verbaal in op wat gebeurd is, want daarmee steek je in op het verstandelijke niveau van de cliënt, terwijl zijn zwakke plek op het emotionele vlak ligt. Als de cliënt het zelf ‘uit wil praten’, praat dan vooral over hoe moeilijk het soms is als je gefrustreerd raakt en vraag hoe je hem een volgende keer kunt helpen daar beter mee om te gaan. Laat de cliënt niet beloven niet meer zo te handelen, want aan die belofte zal hij zich niet kunnen houden als de spanning bij hem weer opgelopen is.

 

Als er omstanders bij betrokken waren, probeer het dan ook met hen goed af te ronden. Bied ze ondersteuning bij het kenbaar maken van hun gevoelens, maar op een manier die voorkomt dat de dader een zondebok kan worden. Ze moeten met elkaar weer verder kunnen na het incident.

 

Share

Copyright © 2013  Gentle Teaching Netherlands